Voorbeelden van het gebruik van Dominee in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je bent erg sarcastisch voor een dominee.
Grote voorman van de HGSP was dominee Lingbeek.
Ik kom wel, dominee.
Voor de dominee.
Advocaat, dokter, dominee?
Ik herken de pijlen, dominee.
Hij was dominee.
Haar vader, de dominee.
Bedankt… Dominee.
Weet je wel wat een dominee is?
In het verleden was het niet gemakkelijk om een dominee hier te krijgen.
Dank u voor de ontmoeting met ons, dominee.
God zegene de dominee, en z'n familie, dat we mogen blijven.
De dominee zei het zelf
Ze probeerden de dominee Billy Graham te ontvoeren.
Eigenlijk, Dominee, hebben we allemaal dezelfde baas.
Dominee, wat doet u op een paard?
De Dominee. Hij had altijd een zweetdruppel aan zijn neus.
Ik vroeg het de dominee, en hij vond het oké.
Maar, dominee… Misschien is het wel andersom.