Voorbeelden van het gebruik van Gelovig in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik wist niet dat je zo gelovig was.
Bent u gelovig,?
M'n moeder is gelovig.
Hij blijft diep gelovig en praktizerend.
Ik ben niet gelovig.
Ik ben zeer gelovig.
Op zoek naar een thema te benadrukken uw parochie gelovig?
Mijn ouders waren heel gelovig.
Kijk, ik weet dat je niet gelovig bent.
En ik ben niet ineens gelovig geworden.
Bent u gelovig?
Ja, ik ben niet gelovig.
bent u gelovig, mevrouw Evrard?
De mensen die we zoeken zijn niet gelovig.
Ik ben niet gelovig.
Mijn vader was niet echt gelovig.
Ze is heel gelovig.
Andy en ik zijn gelovig.
Ze was gelovig.
Ik kan 't niet helpen dat ik niet gelovig ben.