Voorbeelden van het gebruik van Jarig in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Jenkins is jarig zaterdag.
Morgen ben ik jarig, en dan wil ik bij jou zijn.
Jarig meisje met vloeistof in de longen.
O, je bent jarig vandaag." En dat was alles.
Hij is jarig op 17 januari.
Hij is jarig op 23 augustus.
Jij bent jarig en ik ben arts.
Hij was jarig en het was hun trouwdag.
Ik ben jarig, ze moet aardig doen.
Ik ben jarig, 80 jaar geworden, jullie hadden eerder moeten komen.
Ik ben 8 augustus jarig, niet op 2 april.
Jarig meisje, enkel verstuikt met gym.
Je bent jarig, je mag hebben wat je maar wilt.
Zondag is Eliseo jarig. Wilt u zich met ons verenigen?
En als je jarig bent kan niet iedereen op je feestje komen.
Ik ben jarig in maart.
Ik ben volgende maand pas jarig, maar dit is geweldig.
Vandaag is mijn vrouw jarig, en ik ben het vergeten.
Nu ben ik binnenkort jarig, en mijn rijbewijs verloopt.
Je bent jarig, ga feestvieren.