Voorbeelden van het gebruik van Joods in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
M'n vader was joods, maar hij wilde liever de Dalai Lama zijn.
Waarom kun je geen joods meisje mee uit nemen?
Hij was joodser dan joods. Mijn katholieke moeder werd gek.
Miss Hayes, bent u joods opgevoed?
Zijn je ouders joods?
Het was joods.
Hij is een eikel en joods.
Ik ben zelf joods.
Lois. Ik ga Chris joods maken!
Wat als hij joods is?
Joods… op dit moment.
Hij was Joods en is overleden.
Ze wilden weten welke zaken Joods waren, voor hun administratie.
Joods man met zijn broers.
Jij bent dus Joods, en je kinderen ook.
Ik doe niets Joods.
Ik ben niet Joods!
In dit geval maakt het ook uit dat hij joods uit.
Ga je Afrikaans of meer Joods voor de feestdagen?
Galilea was meer niet-Joods dan Joods toen Jezus werd geboren.