Voorbeelden van het gebruik van Kistje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De sleutel zit in dat kistje.
Het Vulcan-wortelblad zit in dat kistje.
kun je me dat kistje geven?
Weet jij van papa's kistje?
Gemonteerd metalen kistje.
Iedereen kan zo'n kistje hebben meegenomen.
Zoals u wilde, bevat dit kistje.
Dat zwarte kistje?
Plus je zwarte kistje doelwit.
Dat gele kistje hier.
Hij zei altijd dat hij samen met zijn houten kistje begraven wilde worden.
Die ziel wordt in de vorm van een ei bewaard in een kistje.
Gebruik het op een klein voorwerp, een kistje of kleine tafel.
Nou Clouseau, hoe komt dat bloed in dat kistje?
Wat zit er in het kistje,?
We hebben nu een kistje.
Ik had de sleutel, zij het kistje.
Waarom verstopte je dan 'n donut in je kistje?
Als ik een kistje krijg met één van de ouders van een klasgenoot er in,
Als ik door dat kistje heen schiet, en dat doe ik zo,