Voorbeelden van het gebruik van Kistje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Versloeg hun legers, en nam hun kistje. Mijn vader vocht zich Jotunheim binnen.
Waarom heb je dat kistje met die bij?
Ze had een kistje.
Wat zit er in dat kistje?
Ik stuur je een kistje.
Net als mijn geheime kistje?
Heeft hij het kistje?-Ik meende het!
Welk kistje? Het houten?
In dat kistje zaten mogelijk clichés.
De Vernietiger heeft z'n werk gedaan. Het kistje is veilig.
Er was, geloof ik, een kistje.
Dan moet het explosief in het kistje hebben gezeten.
Stuur hem een kistje koud bier.
Het is maar een kistje.
Heb je het kistje?
Hé, dat kistje is van mij.
Dat was niet moeilijk, het zat in dit kistje, waar"geen weed" opstaat.
Hoogheid, we hebben dit kistje in het kamp gevonden.
Hoe komt u aan dat kistje, inspecteur?
Je hebt nooit iets gevraagd over wat er in dat kistje zat.