Voorbeelden van het gebruik van Opvoeder in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Georges, Opvoeder bij het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen, met ingang van 15 november 1996.
Hector, Opvoeder bij het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen, met ingang van 15 november 1996.
Hélène, Opvoeder bij het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen, met ingang van 15 november 1998.
ELET Glenn, Léon, Opvoeder bij het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen, met ingang van 8 april 1997.
VANNESTE Karel, Maurice, Opvoeder bij het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen, met ingang van 15 november 1996.
De afdeling Opvoeder gespecialiseerd in de psycho-opvoedende begeleiding wordt opgericht
Hooper is geen opvoeder, hij is een bureaucraat,
De opvoeder kan bijvoorbeeld het woord"wit" een naam geven
Ze is zowel een werkende kunstenaar en opvoeder kunst, hoewel ze retured van haar werk als een professionele kunst leraar in 2000.
Me de geïndexeerde brutomaandwedde van de opvoeder externaat( met inbegrip van haard- of standplaatsvergoeding);
Daartoe bevindt de kamer van de opvoeder zich in de nabijheid van de kamers van de gehandicapte personen;
maken dan Darnley zijn opvoeder.
De bezoldigingskosten, de kosten voor onderaanbesteding of erelonen van kinesist, ergotherapeut, logopedist, geriatrisch opvoeder met een functie van reactivering;
technoloog en opvoeder.
Overdenkt bijvoorbeeld de openbaring van het licht van de Naam van God, de Opvoeder.
biechtvader, opvoeder maar vooral niet als pastoor.
alle praktische activiteiten door de opvoeder naar behoren en grondig worden beoordeeld voordat de activiteit plaatsvindt.
Het kind, dat in de omgeving van de volwassene opgroeit is echter een imitator van ook maar de lichtste fysieke toestand van de opvoeder.
Ze ontwikkelen zich niet langer« als vanzelf». De ontwikkeling van deze kwaliteiten vergt nu de zorg van de medemensen voor het kind vooral van de opvoeder.