Voorbeelden van het gebruik van Persoonlijks in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Vraag haar iets persoonlijks.
Gewoon, iets persoonlijks.
Hij had iets persoonlijks te doen.
Laat me gaan van een voorbeeld naar iets zeer specifieks en persoonlijks.
Niets persoonlijks.
We hebben niets persoonlijks tegen u.
Mag ik u iets vrij persoonlijks vragen?
Geesten komen terug voor iets persoonlijks, doorgaans wraak.
Ik ben met iets persoonlijks bezig.
Ik weet zeker dat je me iets heel persoonlijks gegeven zou hebben.
Een politiekwestie en wat persoonlijks.
Iets persoonlijks.
Mag ik je iets persoonlijks vragen?
Ik dacht dat we misschien iets persoonlijks hadden in dat gevecht.
Mag ik je wat vragen iets persoonlijks?
Michael moest iets persoonlijks regelen.
Hij zei alleen dat het iets persoonlijks was.
Hé… mag ik je iets persoonlijks vragen?
Het was iets persoonlijks.
Is het niks persoonlijks?