Voorbeelden van het gebruik van Rechercheurs in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Rechercheurs, we hebben de mannen van wie de boot is.
Heren, rechercheurs Britten en Vega.
Alle rechercheurs klussen graag bij.
Luister rechercheurs, ik wil!
Zoek je agenten of rechercheurs?
Ze sturen geen rechercheurs voor een ongeluk.
Zijn jullie de rechercheurs van deze zaak?
Dat zijn rechercheurs uit New York.
Jullie zijn rechercheurs, dus jullie rechercheren.
Twee rechercheurs zijn dood gevonden na het reageren op een code drie.
Rechercheurs zijn oplettend.
Mrs Van Acker, deze rechercheurs willen graag met u praten.
Deze rechercheurs onderzoeken het.
Hoeveel rechercheurs kunnen op hun 35 met pensioen gaan?
Als de rechercheurs komen, zeg je niks.
Agent Marin, leg jij de rechercheurs eens uit waarom dat zeer onwaarschijnlijk is.
Dit zijn rechercheurs Stabler en Benson.
Rechercheurs ontgaat niets.
We hebben je rechercheurs alles gegeven wat we hadden.
Ik werk met rechercheurs Sullivan en Lucas.