Voorbeelden van het gebruik van Zijn het er in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zijn het er 101?
We zijn het er altijd over eens geweest
Of misschien zijn het er twee.
Nu zijn het er twee.
Traditioneel zijn het er vier of vijf.
Hoeveel zijn het er?
Maar waarom zijn het er drie?
Hoeveel zijn het er?
Misschien zijn het er wel 10.
Hoeveel zijn het er?
Wat zijn het er veel.
Nu zijn het er 14.
Maar na vijf minuten zijn het er 5OO.
Voor zover ik weet zijn het er vijf.
Gisteren waren het er twee, vandaag zijn het er 100 Vlooien planten zich razendsnel voort.
We zijn het er in dit Parlement niet helemaal over eens in hoeverre we met sancties de internationale eisen moeten afdwingen.
Deze keer zijn het er twee, soms zijn het er vier of meer.
Wij zijn het er niet mee eens
De theologen zijn het er over eens dat hij niet direct de institutionele Kerk wilde stichten zoals wij die nu kennen.
nu zijn het er drie.