Voorbeelden van het gebruik van Boeman in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij was een paar maanden de favoriete boeman van de tabloids.
Alex, er was geen boeman.
Ja, ik weet wat Boeman is.
Ik ben de boeman.
Jij bent de boeman.
Claire, geen boeman.
De boeman kijkt naar me.
Hij is bang dat de boeman hem zal pakken.
Ik heb geen tijd voor verhaaltjes over de boeman.
Nu ben jij de boeman.
Is dat net zoiets als de boeman?
Geloof je in de boeman?
Omdat jouw oom de boeman is.
De politieman, die me gered heeft van de boeman.
Jij bent dus de boeman?
Je hebt gelijk Astor. De Boeman bestaat niet.
Jamie's oom is een boeman.
Iedereen weet dat de boeman niet bestaat.
Hij was de Boeman.
net als de boeman.
