Voorbeelden van het gebruik van Charmeur in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Nogal een charmeur, is het niet?
Die charmeur op het hoofdkantoor, was
Beetje een charmeur- beetje
Iedere gepensioneerde vent daarbinnen was een boeman en een charmeur.
Wat ben jij een charmeur.
Kapitein Cotter, je bent zo'n charmeur!
Zoek je dit, charmeur?
Chase is een charmeur.
Vince, altijd de charmeur.
je bent een charmeur.
Volgens iedereen, hij is ook een beetje een charmeur.
Je was een charmeur.
Hij is een charmeur.
Victoriaanse elegantie op zijn best met deze rond de eeuwwisseling charmeur.
Mr Ford, u bent een charmeur.
Ik stond bekend als monnik, als charmeur, schrijver, vader.
Annelie De plaats is een begin 1900 charmeur, comfortabel en schoon.
Zeker, hij is een komediant en hij is een charmeur, maar komaan nou, we weten allebei dat dit anders is.
Nick was wel een charmeur… aanvankelijk onweerstaanbaar… wat alles te maken heeft met dat'echte mannen' gedoe.
De Indiase symbolen bevatten de wild snake snake charmeur, de Indische danseres,