Voorbeelden van het gebruik van Dit bespreken in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wij zullen dit bespreken.
De ouderen zullen dit bespreken.
Ik moet dit bespreken met mijn vrouw.
Kunnen wij dit bespreken?
U moet dit bespreken met uw arts.
We gaan dit bespreken.
Kunnen we dit bespreken?
We moeten dit bespreken zodat u het volledig begrijpt.
Dit bespreken.
We ontmoeten elkaar en gaan dit bespreken.
Kapitein Tzu, misschien kunnen we dit bespreken als vrienden?
Vanavond kunnen we met z'n drieën eten en dit bespreken.
Kom op laten we ergens gaan zitten En dit bespreken.
Ik denk dat we moeten samenkomen en dit bespreken.
Ik wil dit bespreken.
Ook de Europese Conventie moet dit bespreken.
We moeten dit bespreken.
Misschien kunnen jullie dit bespreken?
Mensen die overwegen CBD-olie te gebruiken, moeten dit bespreken met hun arts.
Mensen die op regelmatige basis ASA gebruiken zonder de instructies van hun arts, moeten een intakeagenda bijhouden en dit bespreken met hun arts of apotheker.