HABLARLO - vertaling in Nederlands

praten
hablar
conversar
charla
discutir
conversación
bespreken
discutir
hablar
debatir
analizar
comentar
abordar
examinar
tratar
discusión
conversar
overleggen
consultar
presentar
hablar
proporcionar
discutir
aportar
er
hay
existe
allí
ahí
pasa
tiene
aquí
no
ha habido
está
erover spreken

Voorbeelden van het gebruik van Hablarlo in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Bueno, quiero decir, podemos ir a Larsen a comer, y hablarlo.
We kunnen naar Larsen gaan voor lunch en het bespreken?
podemos hablarlo después.
we kunnen later praten.
Creo que eso deberías hablarlo con tu marido.
Ik denk dat je dat moet bespreken met je man.
Eso tendrá que hablarlo con el capitán, señor.
Dat moet u met de kapitein bespreken, sir.
Está bien. Si quieres hablarlo, vuelve mañana.
Prima, als je het wilt bespreken, kom morgen dan terug.
¿Podemos hablarlo mañana?
Kunnen we dat morgenochtend bespreken?
Puedes no querer hablarlo pero lo haremos.
Misschien wil je er niet over praten, maar we gaan erover praten..
O podríamos hablarlo como dos adultas.
Of we kunnen erover praten als twee volwassen.
Tal vez podríamos hablarlo con una buena cena.
Misschien kunnen we eens praten tijdens een leuk diner.
Aunque es bueno hablarlo.
Het is goed om erover te praten.
Tengo que hablarlo primero con mi padre.
Ik moet het eerst even checken bij mijn vader.
Al hablarlo, los malentendidos ocurren casi al instante.
Bij het spreken ontstaan er vrijwel onmiddellijk misverstanden.
¿podemos hablarlo camino a la escuela?
Kunnen we hier over praten onderweg naar school?
¿Podríamos no hablarlo aquí, por favor?
Kunnen we het hier nu alsjeblieft niet over hebben?
¿Al menos podemos hablarlo?
Kunnen we dit bespreken?
Es algo aburrido hablarlo, pero es en lo que estoy pensando.
Het is saai om over te praten maar zo denk ik erover.
¿Podemos hablarlo en tu auto?
Kunnen we hierover praten in jouw auto?
Sabes, debemos hablarlo.
Daar moeten we over praten.
Tú tienes que hablarlo, así que hagámoslo?
Je moet erover praten, dus laten we dat doen?
Pero deberíamos hablarlo cuando vuelva Susan.
We moeten dit bespreken als Susan terug is.
Uitslagen: 212, Tijd: 0.2735

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands