Voorbeelden van het gebruik van Het tom in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De wereldkampioene van Boels-Dolmans won solo op het Tom Dumoulin Bike Park waarmee haar team de derde zege op rij boekte.
Stel dat het Tom vijf uur per maand kost aan optimalisatie om op nummer 1 te blijven ranken.
Dit moderne hotel ligt op 2 minuten lopen van het Tom McCall Waterfront Park
waar regionale specialiteiten geserveerd worden, en het Tom Wickboldt met gastronomische Franse gerechten.
In dat geval verzoeken wij je contact op te nemen met het bedrijf waar je het Tom Hope product hebt gekocht.
een ervaren doelman en toen werd het Tom Heaton.
Vindt jij het goed, Tom?
Ja, maar dat is niet het enige, Tom.
Hoe gaat het, Tom?
Hoe ging het, Tom?
Wat is het, Tom?
Hoe gaat het, Tom?
Hoe gaat het, Tom?
Plus je weet het, Tom haat me.
Je kunt het, Tom.
Welke is het, Tom?
Als die shuttle nog kon landen, is 't Tom gelukt.
Was het Tom?
Is het Tom?
Het Tom Robbarts veld.