Voorbeelden van het gebruik van Nichtje in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ben haar nichtje Sylvia?
Het is het nichtje van Mookie.".
Ze is m'n nichtje in de zesde graad.
Luister, Miss Angie. Een nichtje van me heeft 'n lelijke kuch.
Van m'n nichtje in de zesde graad.
Gabby's nichtje en Bobbi gaan naar dezelfde nagelsalon.
Mijn nichtje Harper speelt met poppen
Ik heb het nichtje van de burgemeester aan de lijn.
Zonder mijn nichtje Lilia zou ik nooit naar Australië zijn gegaan.
Einar's nichtje uit Vejle.
Dat betekent dus dat zij m'n nichtje.
Haar oma is het nichtje in de vierde graad van de oom van jouw opa.
En dit is m'n nichtje Leila.
Jessica en haar nichtje waren zeer blij met hun nieuwe korte kapsels.
ze was m'n nichtje.
Dat gekke nichtje zit te janken
Ze is niet jouw nichtje.
De man van Cec's nichtje doet geen gunsten meer aan de familie.
Hé, Lavon, ik heb vrijblijvende seks met je geliefde nichtje".
Becky's nichtje heeft het.