Voorbeelden van het gebruik van Ontbijten in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Gus komt beneden ontbijten, en hij zegt geen woord.
Nee, eerst ontbijten.
Ontbijten met de televisie aan.
Ontbijten bij St. Catherine's Monastery na uw epische klim.
Ontbijten met de dieren.
Ontbijten bij ons kan elke dag vanaf 7 uur tot en met 12 uur.
Ja, we zijn aan het ontbijten, ja.
Ontbijten met originele kopjes.
Ontbijten met je gezin, ook
Ontbijten als een kampioen.
Ontbijten met een prachtig uitzicht met de intiminty van prive-terras.
Met haar slapen, met haar ontbijten, met haar leven.
Ontbijten dus.
Samen ontbijten?
We ontbijten in de keuken.
Hij en ik ontbijten samen en halen dan de krant.
Morgen ontbijten?
We krijgen en ontbijten en nemen een diner frugalPor de breedte van de situacion.
Ontbijten morgen?
Je zult overnachten en ontbijten in Senda Verde Ecolodge.