Voorbeelden van het gebruik van Oproken in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wat wilde je doen, een weefselmonster oproken?
Maar ik wil deze met jou oproken.
Wou je hem helemaal oproken?
Een dealer is iemand die meer koopt dan hij kan oproken. Ik beken: Tot m'n schande wou ik alles oproken.
Hierdoor kun je de hele inhoud van een joint makkelijker oproken zonder je vingers te branden.
Ik kan ook mijn spul pakken en het oproken met mijn vriendinnen?
laten we jullie de hele zak oproken.
Sommige overlevers denken dat, wanneer de banken omvallen, je je papiergeld kan oprollen en oproken. Dat goud de enige zekerheid is.
Opvallend was dat ongebruikte en gebruikte filters bijna hetzelfde effect hadden, wat aantoont dat de schade aan de planten veroorzaakt wordt door de filter zelf, zelfs zonder de bijkomende gifstoffen die afkomstig zijn van het oproken van de tabak.
Vertel me niet dat je het allemaal al oprookte.
Het voelde alsof dat ding mij oprookte.
je terugkeert naar het leventje dat je oprookte.
Tjaden is zo voornaam geworden dat hij zijn sigaren nog maar voor de helft oprookt.
In een van JFK's biografieën wordt een gebeurtenis beschreven waarin de president drie van de zes joints oprookte, die hij had ontvangen van Mary, zijn minnares.
hem in as veranderde. Toen ik hem oprookte uit een wietpijp… en iedereen een ticket gaf voor het concert van Enrique Iglesias.
Laat me deze oproken.
Even m'n peuk oproken.
We kunnen het programma oproken.
Ik snap niet dat ik deze niet mag oproken.
Dat u ze maar in goede gezondheid mag oproken.