Voorbeelden van het gebruik van Viespeuk in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
en deze neuspeuterende viespeuk.
Ik ben een viespeuk, een beest.
Die viespeuk heeft m'n vingers in z'n mond gestopt!
Finn was een viespeuk. Ik maal er niet om.
Je bent gewoon zo'n viespeuk met een camera, man.
Deze viespeuk kijkt naar mijn benen!
Viespeuk, wat zijn dat voor pennen?
Viespeuk, is er een meid met melkkannen langsgelopen?
Waarom ben jij zo'n viespeuk?
Jij bent een viespeuk.
Je weet waarom, viespeuk.
Hij is niet altijd zo'n viespeuk, hoor.
Behandeld me slecht en noemt me viespeuk Wat ik ben.
Raak me niet aan, ouwe viespeuk.
Is die Wijze Magiër geen viespeuk.
Wat is een viespeuk?
Als ik terugdenk aan al die keren dat je probeerde me als een viespeuk te doen voelen.
Je bent een viespeuk, papa.
Je bent een viespeuk.
Hij is GEEN viespeuk!