Voorbeelden van het gebruik van Wat moest in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wat moest ik doen vandaag,
Had ik, maar wat moest ik doen?
Nadat je me neergeschoten had, wat moest je dan doen?
Wat moest Pfizer betalen om alles weg te laten gaan?
En wat moest Abraham doen?
Wat moest ik zeggen?
Dus wat moest ik doen?
Wat moest ik zeggen?
Wat moest ik anders doen?
Wat moest ik anders doen?
T Spijt me, maar wat moest ik anders doen?
Wat moest ik doen, Edmund?
Wat moest gebeuren.
Van wie of wat moest je afscheid nemen?
Wat moest de baas bij Junior?
Wat moest ik doen, man?
Wat moest ik doen, pa?
Wat moest Gisani nu doen?
Wat moest ik ook al weer zoeken in mijn tas, Jay?
Wat moest je zoeken?