ENFADAR - vertaling in Nederlands

boos
molesto
furioso
angry
enojo
enfado
enojado
enfadado
cabreado
disgustado
kwaad
mal
daño
maldad
malo
malvado
furioso
molesto
maligno
enojado
enfadado
overstuur
molesto
malestar
triste
sobreviraje
alterada
disgustada
enfadada
enojado
preocupado
angustiada
woedend
furioso
enfurecido
enojado
indignados
enfadado
furiosamente
exasperante
lívido
zijn
son
su
están
han

Voorbeelden van het gebruik van Enfadar in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
La única manera que me hagas enfadar es si mencionas su nombre.
De enige manier om me boos te maken is door zijn naam te noemen.
Intentas hacerme enfadar, pero no funcionará.
Je probeert me te irriteren, maar dat lukt niet.
¿Estás intentando enfadarme?- Porque si lo estás haciendo, está funcionando.
Als je me kwaad probeert te krijgen, lukt dat je aardig.
Podríamos enfadar al demonio más todavía.
Misschien maken we de demon nog kwader.
¿Quieres hacerme enfadar o en verdad lo dices así?
Probeer je me kwaad te maken? Of meen je het echt?
Ya sabes, enfadar a gángsters puede ser malo para tu salud.
Je weet wel, gangsters irriteren kan slecht zijn voor je gezondheid.
Sr. Frame, siempre lo hago enfadar.
Ik schijn u altijd kwaad te maken.
No te puedes enfadar con Porter.
Je mag niet kwaad zijn op Porter.
¡No me puedo enfadar con esos tipos!
Ik kan niet boos worden op die lui!
No me voy a enfadar, solo tengo curiosidad.
Ik ga me niet boos maken. Ik ben alleen nieuwsgierig.
Si dijimos algo que os hizo enfadar, lo sentimos.
Als we iets gezegd hebben om u boos te maken, het spijt ons.
Dígame, soldado,¿parezco alguien a quien quiera hacer enfadar?
Klinkt dat als iemand die je kwaad wilt maken, soldaat?
Todo el mundo se puede enfadar.
Iedereen kan boos worden.
Mi querido Norman, parece que te he hecho enfadar.
M'n beste Norman, ik heb je van streek gemaakt.
No hagas enfadar a tu mamá.
Maak je moeder niet van streek.
no queremos enfadarle.
We willen hem niet kwaad maken.
Amigo Dean se va a enfadar.
Man. Dean gaat woedend worden.
Porque no me gustaría hacer enfadar a Tansy.
Ik wil Tansy niet van streek maken.
O alguien a quien crees amar, pero que te hizo enfadar;
Iemand die je meent lief te hebben die jou geërgerd heeft;
Lo dice para hacerme enfadar.
Dat zegt ze alleen om me te pesten.
Uitslagen: 233, Tijd: 0.362

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands