Voorbeelden van het gebruik van Kwaad in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij is kwaad en hij dreigt met de gemeenteraad.
Ik was zo kwaad. Het laatste wat ik wou was een knuffel.
Hij is wel een beetje kwaad op jullie, maar.
Ze zijn behoorlijk kwaad, of niet?
Wanneer jullie angstig of kwaad waren voelden wij deze emoties
Iedereen is kwaad op me.
We waren erg kwaad.
En mijn superieuren zijn trotse mensen, en ze zijn kwaad.
Ik weet dat we allemaal bang zijn en verdrietig en kwaad.
De goden zijn kwaad.
je… ogen zijn erg kwaad.
nu zijn ze heel erg kwaad.
We zijn ook kwaad, Josh.
Anger is, krijgen ze een beeld van: Die mannen zijn kwaad.
Wat gebeurt er als we verdrietig of kwaad zijn en een douche nemen?
Ze zijn kwaad.
Ik ben kwaad en ik schaam me, maar ik kan er niets aan doen.
Iedereen dacht dat Carloyn kwaad was over het geld dat Sweeney uitgaf.
Maar ik was zo kwaad op hem dat ik hem liet wegrijden.
Kwaad en zat. Maar ze mag Tracy.