Voorbeelden van het gebruik van Kwaad in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij doet niemand kwaad, in tegenstelling tot jullie.
Ze was kwaad op me.
Ze werd zo kwaad, dat ik dacht, dat ze me ging vermoorden.
Wat voor kwaad kunnen drie kleine kinderen nou aanrichten?
betaal belastingen, doe niemand kwaad.
Nee, ze is niet kwaad.
En tegen het kwaad van een jaloerse wanneer hij jaloers is.
Ze zijn nog kwaad vanwege die beer.
Welk kwaad eet het hart van dappere jongemannen?
Ik ben kwaad dat ik vastlig.
We zijn nog steeds kwaad over de veroveringspoging van de Aarde.
Hij werd kwaad op hem en schoot.
Waarom? Wat? Omdat ik niemand meer kwaad wil doen.
Bekijk het Kwaad.
Dodee heeft nooit iemand kwaad gedaan.
Tegen het kwaad van de wegsluipende influisteraar.
Meneer Kwaad heeft dat geschilderd.
Ik ben kwaad om m'n hoed!
Dit kwaad moet gestopt worden.
Als je me kwaad wilt doen,