LIMPIABA - vertaling in Nederlands

schoonmaakte
limpieza
limpiar
reinigde
limpiar
limpieza
purificar
cleanse
schoon
limpio
limpiar
limpieza
potable
opruimde
limpiar
limpieza
despejar
ordenar
eliminar
aclarar
recoger
apartadero
arreglar
limpia
veegde
barrer
deslizar
limpiar
borrar
de barrido
manchas
pase
toallita
limpia
arrollador
poetste
cepillar
el cepillado
limpiar
pulir
lustrar
lavar
dientes
schoongemaakt
limpieza
limpiar
schoonmaken
limpieza
limpiar
afveegde
maakte
hacer
crear
creación
realizar
fabricar
tomar
fabricación
ver
elaboración
preparar

Voorbeelden van het gebruik van Limpiaba in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
También he amenazado con matar a Henry si no limpiaba esta piscina.
Dat zeg ik ook tegen henry als hij dit zwembad niet schoonmaakt.
¿Quién te crees que limpiaba todos estos desastres?
Wie denk je dat die rommel steeds opruimde?
Saben que limpiaba,¿verdad?
Je weet dat ze schoonmaakte, toch?
Limpiaba, me ejercitaba, hacía caminatas, un país diferente cada día.
Ik maakte het schoon, sportte. en liep iedere dag in een ander land.
Limpiaba los archivos de mi computadora después de cenar, luego dormía.
Ik ruimde bestanden op mijn computer op na het eten en daarna ging ik slapen.
Limpiaba, lavaba la ropa,
Ik maakte schoon, deed de was,
Cocinaba, limpiaba, dormía en el armario.
Ze kookte, maakte schoon, sliep in de kast.
Helen Jenkins limpiaba para Maybury, le daba dinero.
Helen Jenkins maakte schoon voor Maybury, en gaf hem geld.
Limpiaba mis heridas.
Ze maakte mijn wonden schoon.
Esta semana, mientras limpiaba mi oficina.
Vanochtend, tijdens het opruimen, uitmesten van mijn bureau.
Limpiaba tu espada después de cada victoria.
Ik veegde je zwaard proper na elke geweldige overwinning.
Yo limpiaba.
Ik maakte schoon.
Lo limpiaba todo y al terminar volvía a empezar.
Ze kuiste alles en eenmaal klaar, herbegon ze.
¿Cocinaba, limpiaba, cuidaba a los pequeños?
Ze kookte, maakte schoon, lette op de kleintjes?
Por la noche limpiaba la enorme biblioteca de la Universidad Central.
S Nachts poetste ze de enorme bibliotheek van de centrale universiteit.
Nunca limpiaba la bolsa.
Hij maakte de zak nooit leeg.
Luego yo limpiaba.
Daarna ruim ik op.
Mi madre lo robó en una casa que limpiaba en 1901.
Mijn moeder stal het uit een huis die ze schoonmaakte… 1901.
Que suerte que lo encontrara… Cuando limpiaba mi nave espacial.
Ik had geluk dat ik deze nog kon vinden… toen ik mijn ruimteschip aan het opruimen was.
Se disparó él mismo, mientras limpiaba el arma.
Hij had zichzelf geraakt toen hij z'n wapen schoonmaakte.
Uitslagen: 131, Tijd: 0.0952

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands