RESUCITÓ - vertaling in Nederlands

is opgestaan
se han levantado
han resucitado
se han alzado
han surgido
están de pie
son criados
verrezen
resucitado
ascendidos
surgido
levantado
opstond
herrees
resucitó
se levantó
resuscitó
resurgió
weer opstond
verrees
resucitar
levantar
surgen
emerger
se elevan
resurrección
wekte
despertar
generar
dar
suscitar
crear
provocan
excitar
inculcar
inducen
infunden
weer opgestaan
resucitó
opgewekt
is herrezen
werd herrezen

Voorbeelden van het gebruik van Resucitó in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Él, que fue crucificado y resucitó en puro Espíritu.
Hij die werd gekruisigd en die verrees in zuivere Spirit.
Miren, niños, Chris resucitó.
Kijk, kindertjes. Chris is opgestaan.
Él curó a los enfermos y resucitó a los muertos.
Hij heelde de zieken en wekte de doden.
Sino para aquel que murió y resucitó por ellos.
Maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.
Murió, fue sepultado y resucitó 1 Cor.
Dat Hij voor u is gestorven, begraven en weer opgestaan 1 Cor.
Cristo murió una vez y resucitó una sola vez".
Christus stierf één keer en verrees één keer.
Y si Cristo no resucitó, vuestra fe es vana;
En als Christus niet is herrezen is uw geloof tevergeefs;
Creemos que Jesús murió y resucitó" 1 Te 4.
Wij geloven(…) dat Jezus is gestorven en weer opgestaan" 1 Tess.
Porque si no hay resurrección de muertos, tampoco Cristo resucitó.
Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt;
Pero aquella herida no tardó en sanar, pues Jehová resucitó a Jesús.
Maar die wond werd al snel genezen, want Jehovah gaf Jezus een opstanding.
¡El dragón… resucitó!
De draak is herrezen.
sino para aquél que murió y resucitó por.
die voor hen gestorven is en opgewekt.
Jesús murió y resucitó” 1 Ts.
Jezus is gestorven en weer opgestaan" 1 Tess.
Que murió y resucitó y reina contigo… ahora y siempre.
Wie gestorven is en leeft, en nu met u regeerd, nu en voor altijd.
Home» semana santa»¡Jesucristo Resucitó!
Home» Christelijke feestdagen» Jezus leeft!
Él murió por todos y Él resucitó por todos.
Hij is voor alle mensen gestorven en Hij leeft voor hen allen.
Y si el Cristo no resucitó, vuestra fe es vana;
En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos;
Lázaro no resucitó para sí o para su felicidad en la tierra.
Lazarus was niet opgestaan voor zichzelf of voor zijn geluk op aarde.
Jesús resucitó de entre los muertos y ha recibido un nuevo cuerpo.
Jezus is opgewekt uit de doden en heeft een nieuw lichaam ontvangen.
Mas Aquél a quien Dios resucitó, no vio corrupción.
Maar Hij, Dien God opgewekt heeft, heeft geen verderving gezien.
Uitslagen: 377, Tijd: 0.0868

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands