Examples of using Afkeer in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Die afkeer van Superman wordt te gek.
Angst, pijn en afkeer als Vertrouwen Jio probeert voor het afremmen van de concurrentie.
Je afkeer was duidelijk.
Zet je afkeer van Cardassianen nou 's opzij.
Ik heb een afkeer tegen ratten.
Ik verzeker u dat uw afkeer alleen maar tekenend is voor uw onwetendheid.
Afkeer kan op opwinding lijken.
Afkeer van Brennan om jouw schokkende onverstandigheid?
Ze had grote afkeer voor ongeloof, wandaad en ongehoorzaamheid.
Je mag een afkeer van me hebben, me haten en me soms verachten.
Een afkeer van wie?
Afkeer, zorg dat Riley opvalt.
Zet je afkeer van Cardassianen nou 's opzij.
Misschien deelt hij met mij een afkeer aan ziekenhuizen.
Je afkeer van ontrouw genezen door over te schakelen op mannen?
Pathologische afkeer van autoriteit gebaseerd op jeugdtrauma.
Is er een afkeer of bitterheid in mijn woorden?
Afkeer kan op opwinding lijken.
Zijn afkeer van je vader zit diep.
Afkeer, gebrek aan controle.