Examples of using Bekeuring in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij zei niets over een bekeuring.
Dit is uw bekeuring.
Ik heb geen enkele bekeuring.
Ik ga u toch een bekeuring geven.
Ik kan niet geloven dat jij geen bekeuring hebt gekregen.
Dit is uw bekeuring weer.
getrakteerd op een fikse bekeuring.
Ik zal even uitleggen waarom u… vanavond een bekeuring krijgt.
Ik ga je een bekeuring geven.
Wees toch niet zo boos vanwege een bekeuring.
Geen bekeuring.
Hij ging me een bekeuring geven.
met ons krijg je geen bekeuring.
Ik geef u een bekeuring.
Geef hem een bekeuring.
Hij gaf geen bekeuring.
Ik kan me geen bekeuring veroorloven.
Straks krijgen we een bekeuring.
Waarom… Geef me geen bekeuring.
Dit is een bekeuring.