Examples of using Brie in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Brie bekent zijn dwaasheid.
Hartige taart met brie en peren, een recept uit de 16de eeuw.
Bestelling. Een bak brie, twee Gouda-gulpen en een fonduefontein.
Is dat brie of camembert of zo?
Brie, is de senator bij jou?
Omdat ik degene ben die Brie heeft geprogrammeerd jou te chanteren.
Is dat brie of camembert of zo?
Ik ben Brie. Dat kwetst me.
Brie gaat heel snel.
Daarna kregen we kleine sandwiches met zalm, brie and filet americain.
Beleg met plakjes courgette en brie.
Wat zijn de beste accommodaties in Brie?
Leg op elk stuk een plakje brie en wat bieslook.
Hier spreekt Brie.
Een stukje brie.
Kennelijk besmeurd door 'n beetje brie.
Ik wilde geen bedorven brie op de boterhammen.
René, er zit een stukje brie in je snor.
Ze ruilde voorraden. Brie voor chocolade.
Maar helaas is dit een stuk brie.