Examples of using Hobby in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
In Matloffs flat vonden we sporen van z'n andere hobby.
En in m'n vrije tijd is 't m'n hobby.
Hobby en mentale behendigheid met Italiaanse woorden.
geniet van je grote hobby.
Het is een hobby.
Werk?- Nee, hobby.
Hobby& Speelgoed artikelen te koop op eBid Nederland.
In Matloffs flat vonden we sporen van z'n andere hobby.
Talen zijn een hobby.
Je helpt dus met mijn favoriete hobby.
Hobby& Speelgoed artikelen te koop op eBid Nederland.
Vertel me een hobby van je.
Ja, ik moet een hobby vinden.
Door middel van Amerika's favoriete hobby.
Hobby& Speelgoed artikelen te koop op eBid België.
Vertel me nog een hobby van je.
Ja, ik moet een hobby zoeken.
Ja", het is mijn favoriete hobby.
Het is een hobby van Mr Troop.
Ik juich uw nieuwe hobby toe.
