Examples of using Martelen in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ja, ik heb Roger Stanton laten martelen.
Je moet zeggen"gekleurde personen" martelen.
Kijk! Uw mannen martelen mijn vader!
Mensen martelen.
Vrouwen die Mannen Martelen.
Je gaat haar niet martelen.
Je hebt Kalari laten martelen.
Ja. Onschuldige kerels martelen in een buitenwijk.
Je zult haar niet martelen.
Ik ga ze niet martelen.
Ze zouden hem eerst een maand martelen.
Of je martelen.
Ze zijn hem aan 't martelen.
Ik kan je laten arresteren en martelen.
Ik wil jullie niet martelen.
We zijn hem aan het martelen.
Je had hem kunnen laten martelen.
En ze martelen hem.
Het zijn Nazi's. Ze martelen Hogie.
De Fransen martelen ook.