TORTURER - vertaling in Nederlands

martelen
torturer
de la torture
folteren
torturer
de la torture
kwellen
tourmenter
torturer
hantent
angoissante
gemarteld
torturer
de la torture
martelde
torturer
de la torture
martelden
torturer
de la torture
kwelt
tourmenter
torturer
hantent
angoissante
het martelen
martel
pijnigen
tourmenter
faire du mal
blessent
torturer

Voorbeelden van het gebruik van Torturer in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Et torturer ce pauvre gars?
En die arme man folteren?
Il va le torturer et après il va le tuer.
Hij gaat hem folteren en vermoorden.
L'assassin de Josef Paul a dû torturer des animaux, enfant.
En Josef Pauls moordenaar heeft als kind dieren gefolterd.
Ce n'est pas comme si nous torturer allait lui rendre la vue.
Ons martelen gaat haar haar zicht niet teruggeven.
Encager des changeurs de peau et les torturer, cela l'amusait.
Het martelen… van huidverwisselaars vindt hij vermakelijk.
Levage, torturer et exécuter contre, ceux qui violent la société.
Tillen, martelen en uitvoeren nadelen, degenen die het bedrijf schenden.
Arrêté torturer les brûlures d'estomac
Gestopt martelen brandend maagzuur
Ils doivent le torturer. Pas forcément.
Ze zijn hem vast aan het martelen.
D'abord te torturer, puis te buter.
Eerst word je gemarteld. En daarna laat hij je vermoorden.
Ils vont la torturer et elle ne sait rien.
Ze gaan haar martelen en ze weet… niets.
Sûrement partie torturer Cal quelque part.
Waarschijnlijk ergens Cal, aan het martelen.
Il a été pris en train de le torturer dans la Maison Blanche.
Hij werd gegrepen toen hij hem martelde in het Witte Huis.
Et ils vont nous torturer. Nous interroger. Puis nous tuer.
Ze gaan ons martelen ondervragen en vermoorden.
Tu aimes me torturer.
Je martelt me graag.
Il faut torturer un canard pour le préparer.
Je moet een eend martelen om hem te bereiden.
Tu peux le torturer à mort, il ne dira rien.
Al martel je hem dood, hij zegt niks.
Je peux la torturer.
Ik kan haar martelen.
Pourquoi torturer Reid?
Waarom martelt iemand Reid?
Je l'ai vu torturer quelqu'un aujourd'hui.
Ik heb hem vandaag iemand zien martelen.
Pourquoi me torturer?
Waarom martel je mij?
Uitslagen: 374, Tijd: 0.2341

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands