Examples of using Oplopen in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Iedereen kan echter COVID-19 oplopen en ernstig ziek worden.
Per kaartje kan dit oplopen tot wel 120 kb.
De totale investering kan oplopen tot 30 miljoen euro.
Dit kan oplopen tot $3000!
No-show zal oplopen eerste nacht in rekening.
Hiermee kan het aantal nog enigszins oplopen de komende maanden.
Weet je wat je kan oplopen van 'n wc-bril of deurknop?
Oplopen van een decompressieziekte tijdens het vliegen na het duiken.
Boetes kunnen oplopen tot 4 procent van de omzet
De wedstrijd zal oplopen tot en met 25 december.
Onze hoogste concentratie kan oplopen tot 99, 9.
De aantallen kunnen oplopen tot zo'n 12 vogels.
Ik zal een ziekte oplopen, mijn tanden verliezen, blind worden.
Libower zal ook niet oplopen de kosten van elke express verzending.
Maar in 2018 kan het overschot weer oplopen.
Wanneer vrouwen een fistel oplopen, worden zij vaak incontinent.
Category: Medisch Risico Oplopen van een decompressieziekte tijdens het vliegen na het duiken.
Dit kan oplopen tot 200 euro per semester.
In de grootste steden kan oplopen tot 10 roebel.
Uw korting kan oplopen tot wel € 175 per persoon.