Examples of using Peuk in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik snak naar een peuk en een borrel.
Heb je een peuk?
Heeft er iemand een peuk?
Geef eens een peuk.
Er heeft nog nooit een peuk in gelegen.
Veronderstel dat hij de peuk heeft gevonden.
Ik heb een peuk in mijn mond!
Nee, het is mijn laatste peuk, man.
Dan wordt het misschien tijd voor een peuk.
Heb jij toevallig een peuk?
Geef me een peuk.
Ik ga voor een plas en een peuk.
Ik geef m'n laars voor een peuk.
Ja, goed. Pauze voor 'n peuk.
Veronderstel dat hij de peuk gevonden heeft.
Een peuk met een vingerafdruk die overeenkomt met die op de wieg.
Ik wil een peuk.
Geef 's een peuk.
Ze neukte met iedereen, voor een peuk.
Ik wil een peuk.
