Examples of using Ziende in Dutch and their translations into English
{-}
-
Ecclesiastic
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De blinde en de ziende zullen niet gelijk gesteld worden;
Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander.
Ziende opuzelven, opdat ook gij niet verzocht wordt.
Laat die ziende schurken je niet wat aan doen.
Blind en ziende alleen dan.
Ziende op uzelven, opdat ook gij niet verzocht wordt.
Zeg:"Kunnen de blinde en de ziende gelijk zijn?
Wijn!” riep Athos, den herbergier ziende.
En de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve.
Misschien worden ze dan ziende, en keren ze zich af van hun zonde.
Slecht ziende of blinde mensen zou moeten worden begeleid tijdens de tour.
En Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten.
En de blinde is niet gelijk aan de ziende.
En ziende zult gij zien, en geenszins bemerken.
Zeg: Zullen de blinde en de ziende gelijk gesteld worden?
En Jezus, ziende hun gedachten, zeide.
Het was leuk een spelletje te spelen met die ziende mannen.
En de blinde is niet gelijk aan de ziende.
De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen;
Toen vraagden hem de Farizen wederom, hoe hij ziende was geworden;
