EINEN TERMIN - vertaling in Nederlands

een afspraak
eine abmachung
eine verabredung
eine vereinbarung
termin
eine besprechung
eine absprache
einen deal
ein treffen
ein meeting
verabredet
een datum
datum
einem zeitpunkt
einen tag
termin
frist
einen gerichtstermin
einen datums-
een vergadering
meeting
sitzung
eine zusammenkunft
besprechung
eine konferenz
einen termin
treffen
versammlung
tagungen
eine telefonkonferenz
afgesproken
treffen
vereinbaren
einigen
verabreden
absprechen
einen termin ausmachen
abgemacht
vereinbarung
een deadline
einen termin
eine abgabefrist
frist
ein ultimatum
deadline
abgabetermin
einem stichtag
een meeting
eine besprechung
einen termin
meeting
treffen
einer sitzung
een consult
ein konsil
beratung
rat
konsultation
ein beratungsgespräch
einen termin
eine arztbesprechung
ein patientengespräch
lassen
n afspraak
eine abmachung
eine verabredung
eine vereinbarung
termin
eine besprechung
eine absprache
einen deal
ein treffen
ein meeting
verabredet
een afspraakje
eine abmachung
eine verabredung
eine vereinbarung
termin
eine besprechung
eine absprache
einen deal
ein treffen
ein meeting
verabredet
n vergadering
meeting
sitzung
eine zusammenkunft
besprechung
eine konferenz
einen termin
treffen
versammlung
tagungen
eine telefonkonferenz

Voorbeelden van het gebruik van Einen termin in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Wir haben schon einen Termin für die Operation.
We hebben al een datum voor de operatie.
Ich habe in 40 Minuten einen Termin.
Ik heb een vergadering in 15 minuten.
Captain Janeway und ich hatten einen Termin mit Mr Guill.
We hadden afgesproken met Mr Guill.
Ich weiß, Sie haben einen Termin.
Ik weet dat je een deadline hebt.
Nein, Bert, wir haben einen Termin.
Nee, ik zei dat we een meeting hebben.
Ich hab einen Termin bei Mr Goldsmith.
Ik heb 'n afspraak met Mr Goldsmith.
Ich habe einen Termin mit der Ministerin.
Ik heb een afspraak met de minister.
Er hatte einen Termin bei mir.
Hij had een consult bij mij.
Ich brauche einen Termin.
Ik heb een vergadering nodig.
Gibt es schon einen Termin für die Anhörung?
Is er al een datum voor de zitting?
Einmal tat ich so, als ich einen Termin verpasst hatte.
Ik deed alsof toen ik een deadline miste.
Ich hatte einen Termin.
Ik was te laatvoor een meeting.
Ich hatte einen Termin in Cannes bei ihr.
Ik had met haar afgesproken in Cannes.
Barbie Ken Rap Ken hat einen Termin mit Barbie und geht in einen….
Barbie Ken Rap Ken heeft een afspraakje met Barbie en zal gaan….
Ich habe einen Termin mit der Liebe! Professor!
Professor! Ik heb 'n afspraak met de liefde!
Ich habe einen Termin mit Duncan.
Ik heb een afspraak met Duncan.
Ich habe morgen einen Termin mit einem Verlag.
Ik heb een vergadering met een uitgever morgen.
Und wir verhandeln den Fall. Wir haben einen Termin.
We hebben een datum en de rechtszaak gaat gewoon door.
Ich sagte doch, ich habe einen Termin.
Ik zei al… ik heb een deadline.
Komm schon, wir haben einen Termin.
Kom, we hebben een consult.
Uitslagen: 1908, Tijd: 0.0483

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands