FRIEREN - vertaling in Nederlands

bevriezen
einfrieren
erfrieren
gefrieren
vereisen
eiskalt
erstarren
freeze
gefroren
koud
kalt
kühl
egal
eiskalt
kälte
frieren
kou
kälte
kalt
regen
erkältung
stich
frieren
erkältet
durchgefroren
ijskoud
eiskalt
kalt
eisig
arschkalt
scheißkalt
saukalt
frieren
bitterkalt
schweinekalt
doodvriezen
erfrieren
von schweinekalt
bevriest
einfrieren
erfrieren
gefrieren
vereisen
eiskalt
erstarren
freeze
gefroren
hebben het ijskoud
vriezen in

Voorbeelden van het gebruik van Frieren in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Heute Abend frieren wir in Toronto.
Vanavond bevriezen we in Toronto.
Dann wirst du frieren.
Dan krijg je het koud.
Es wird echter, weil meine Füße frieren.
Straks bevriezen m'n voeten nog.
Frieren Sie an den Beinen?
Voelen uw benen koud aan?
Wieso frieren Sie ihn nicht ein?
Waarom bevriezen ze hem niet?
Viele Leute hier haben Hunger und frieren.
Er zijn daar veel mensen die het koud hebben en honger hebben.
Kinder Winterschuhe sollten warm bleiben und die Füße frieren.
Winterschoenen voor kinderen moeten warm blijven en de voeten bevriezen.
Wenn ich zu lange herumstehe, frieren meine Füße fest.
Als ik te lang sta, worden m'n voeten koud.
Paddle Handschuhe- nicht wollen eure Hände frieren.
Paddle Handschoenen- niet wilt dat uw handen bevriezen.
dass meine Freundinnen frieren und einsam sind. Wie der Wind.
Ik vertelde hen dat mijn vriendinnen koud en eenzaam waren.
Und wir frieren nicht.
En we bevriezen niet.
Lass ihn frieren.
Laat hem bevriezen.
Danke das du mich letzte Nacht nicht frieren lassen hast.
Bedankt dat je me vannacht niet hebt laten bevriezen.
Du solltest nicht frieren.
Je moet niet bevriezen.
Meine Finger frieren.
M'n vingers bevriezen.
Du sollst nicht frieren.
Je moet niet bevriezen.
Erst frieren Sie die auf dem Schiff ein, und die hier verbrennen Sie.
Eerst bevries je heel de scheepslading, en nu verbrand je ze.
Wenn Sie frieren will, lass Sie frieren..
Als ze kou wil lijden, laat haar dan.
Der alte Kauz ist nicht da, wir frieren, sind müde und hungrig.
Die man is er niet, het is ijskoud, en we hebben honger.
Ja. Ich will, dass Sie frieren.
Ja, ik wil dat je bevriest.
Uitslagen: 168, Tijd: 0.2866

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands