LERNTEN - vertaling in Nederlands

leerden
lernen
beibringen
lehren
zeigen
erfahren
leder
unterrichten
iren
ontmoetten
treffen
kennenlernen
sehen
kennen lernen
begegnen
vorstellen
zusammentreffen
studeerden
studieren
lernen
studium
büffeln
aufs college
zur uni
absolvieren
leerde
lernen
beibringen
lehren
zeigen
erfahren
leder
unterrichten
iren
leren
lernen
beibringen
lehren
zeigen
erfahren
leder
unterrichten
iren
geleerd
lernen
beibringen
lehren
zeigen
erfahren
leder
unterrichten
iren
ontmoette
treffen
kennenlernen
sehen
kennen lernen
begegnen
vorstellen
zusammentreffen
bergmeer
bergsee
lernten

Voorbeelden van het gebruik van Lernten in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Eines Tages lernten wir einen Typen kennen, der für ihn arbeitete.
Op een dag ontmoetten we een gast die voor hem werkte.
Wann lernten Sie ihn kennen?
Wanneer ontmoette u hem?
Sie lernten Ruby vor der Geburt Ihres Sohnes kennen.
U leerde Ruby Bowen kennen voor de geboorte van uw zoon.
Wir lernten, keine Fragen zu stellen.
We leren geen vragen te stellen.
Wenn Sie das nicht in Afghanistan lernten, haben Sie nicht aufgepasst.
Als u dat in Afghanistan niet hebt geleerd, hebt u niet opgelet.
Wir lernten, dass es manchmal keine Lektion zu lernen gibt.
We leerden dat er soms geen les is.
Wir lernten einen sehr interessanten Mann auf dem Flug kennen.
We ontmoetten een heel interessante man op onze vlucht uit Delhi.
Gloria und ich lernten uns im Excelsior kennen.
Gloria en ik ontmoette elkaar tijdens het werk in de Excelsior.
So lernten Sie also Brad Chen kennen?
Dus zo leerde je Brad Chen kennen?
Wir lernten Codes, um uns zu erkennen.
We moesten codes leren, elkaar leren peilen.
Sehr beeindruckend und lernten viel.
Zeer indrukwekkend en veel geleerd.
Dort lernten sie sich kennen.
Daar ontmoetten ze elkaar.
Wir lernten uns kennen, oder?
En we leerden elkaar ook kennen, hè?
Sie lernten ihn kennen, als er Ihr Agent war.
Als u hem goed leerde kennen, toen hij nog uw aanwinst was.
Wann lernten Sie Miss Debenham kennen?
Wanneer ontmoette u Ms Debenham?
Wir lernten, Richtig und Falsch zu unterscheiden.
Met kennis leren we over goed en kwaad.
Dank der Führung der lokalen Ureinwohner Amerikas, lernten die Plymouth Kolonisten, wie man überlebt.
Dankzij de begeleiding van de lokale indianen, de Plymouth kolonisten geleerd hoe te overleven.
Wir lernten uns am Strand kennen.
We ontmoetten elkaar op het strand.
Ja. Wir lernten Traumdeutung auf der Polizeischule.
Dat leerden we op de politieschool.
Wann lernten Sie die Angeklagte kennen?
Wanneer leerde u de verdachte kennen?
Uitslagen: 534, Tijd: 0.0536

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands