WEGLEGEN - vertaling in Nederlands

neerleggen
niederlegen
hinlegen
weglegen
ablegen
runternehmen
akzeptieren
abfinden
hinterlegen
wegdoen
loswerden
weg
weglegen
wegwerfen
runternehmen
entsorgen
wegtun
weggeben
wegstecken
runterzunehmen
wegleggen
weglegen
runternehmen
neer
runter
unten
erschießen
herab
fallen
hinab
hinunter
hinlegen
weglegen
auf den boden
weg
raus
straße
gehen
fort
verlassen
abhauen
unterwegs
entfernt
hier weg
draußen
neerlegt
niederlegen
hinlegen
weglegen
ablegen
runternehmen
akzeptieren
abfinden
hinterlegen
wegdoet
loswerden
weg
weglegen
wegwerfen
runternehmen
entsorgen
wegtun
weggeben
wegstecken
runterzunehmen
weglegt
weglegen
runternehmen
wegsteken
weg
verstecken
wegstecken
weglegen

Voorbeelden van het gebruik van Weglegen in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Damit hat er oft ein starkes Blatt, das er nur ungern weglegen wird.
Daarom heeft hij vaak een sterke hand die hij niet graag zal willen wegleggen.
Und für die müssen Sie die Waffe weglegen.
En voor hen… moet je dat wapen neerleggen.
Willst du sie verdammt weglegen?
Wil je dat verdorie wegdoen?
Aber um das zu beweisen, müssen Sie das Messer weglegen.
Maar dat kun je alleen bewijzen als je het mes wegdoet.
wenn Sie den Schraubenschlüssel weglegen. Ja.
als je die sleutel neerlegt.
Sie müssen die Waffe weglegen.
Doe dat wapen weg.
Aber Sie müssen den Zünder weglegen, bevor wir.
Maar leg die ontsteker neer, voordat we.
Ich kann es nicht weglegen.
Ik kan 'm niet wegleggen.
Sie müssen den Baseballschläger weglegen.
Je moet de knuppel neerleggen.
Könntest du bitte den Eispieker weglegen?
Kun je die priem wegdoen?
Nicht, wenn Sie die Waffe weglegen.
Niet als je dat wapen wegdoet.
Er soll das Gewehr weglegen!
Zeg hem dat hij het wapen neerlegt!
Dann lassen Sie ihn frei? Ja, wenn Sie die Waffe weglegen.
Als jij je wapen weglegt. -Ja.
Ihre E-Zigarette weglegen und viel Wasser trinken.
uw E-sigaret neer en drink veel water.
Sie sollen ihn bis morgen weglegen.
Dan leggen ze 'm weg tot morgen.
Aber du musst das Messer weglegen.
Dan moet je dat mes wegleggen.
Können Sie die Waffe weglegen, Sandrine?
Kun je alsjeblieft het pistool neerleggen, Sandrine?
Sie sollen ihre Waffen weglegen.
Zeg tegen je mannen dat ze hun wapens wegdoen.
Sie wissen, ich könnte sie leichter untersuchen, wenn Sie das Telefon weglegen.
Ik kan u makkelijker onderzoeken als u uw telefoon neerlegt.
bis Sie die Waffe weglegen.
tenzij je dat pistool wegdoet.
Uitslagen: 229, Tijd: 0.1458

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands