Voorbeelden van het gebruik van Wegdoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zo zult gij het boze uit Israel wegdoen.
We moeten ze wegdoen.
Ik kan die niet wegdoen.
Daarom moet jij je wapen wegdoen.
Die moest je wegdoen.
Wilt u deze wegdoen?
Ik wil ze niet wegdoen.
Je kunt het pistool nu wegdoen, Levi.
Laat ze hun wapens wegdoen.
Ik kon ze niet wegdoen.
Laten we de wapens wegdoen.
Ik wou m'n oude wegdoen.
Wil je dat verdorie wegdoen?
Je zou de stoel wegdoen.
U moet dat pistool wegdoen.
Laat ze de wapens wegdoen.
Majoor Valerian, je moet dat wapen wegdoen.
Nu kun je eindelijk die wenslijst wegdoen.
Ik moet de Tarot kaarten wegdoen.
Ik kan jou niet wegdoen.