Voorbeelden van het gebruik van Wegdoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je moet die stoel wegdoen.
Weet je, ik kan de Rege niet wegdoen.
Wilt u die echt wegdoen?
Je moet het wegdoen.
Ik had die heli tien jaar geleden moeten wegdoen.
Je moest hem toch wegdoen?
Laat hem z'n zwaard wegdoen.
Wacht. Ik kan geen enkele van deze wegdoen.
Die zouden jullie toch wegdoen?
Je moet die hond wegdoen.
Wil je nu zwijgen en dat wegdoen?
Kan ie niet wegdoen.
Je kunt het beter eerst wegdoen.
Waarom niet alle ossen wegdoen… en gewoon op de Schepper vertrouwen?
Als wegdoen zelfs begonnen met de verkoop,
die te Gibea zijn, dat wij hen doden, en het kwaad uit Israel wegdoen.
die te Gibea zijn, dat wij hen doden, en het kwaad uit Israel wegdoen.
binnen de volgende 28 dagen aangeprikt worden, daarna na gebruik onmiddellijk wegdoen.
Dus, ik had bedacht dat we al mijn spullen wegdoen… en alles samen opnieuw inrichten.
Wegnemen"," wegdoen"," aftrekken"," min"," minder" en" eraf.