A PLACE - vertaling in Nederlands

[ə pleis]
[ə pleis]
een plek
place
somewhere
spot
someplace
location
a seat
space
een plaats
place
a spot
a locality
a municipality
unincorporated
location
seat
someplace
town
site
een huis
house
home
place
ergens
somewhere
anywhere
someplace
sometime
place
out
somehow
of something
een tent
place
joint
of a tent
a marquee
waar
where
true
which
een locatie
location
venue
place
site
een ruimte
space
room
area
place
chamber
premises
een woning
property
house
home
residence
housing
accommodation
apartment
dwelling
flat
placed
een plekje
place
somewhere
spot
someplace
location
a seat
space
'n plek
place
somewhere
spot
someplace
location
a seat
space
een plaatsje
place
a spot
a locality
a municipality
unincorporated
location
seat
someplace
town
site
'n plaats
place
a spot
a locality
a municipality
unincorporated
location
seat
someplace
town
site
een huisje
house
home
place

Voorbeelden van het gebruik van A place in het Engels en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
I know a place a kid might be.
Ik weet waar een kind kan zijn.
Nicky tells me you have a place in Joshua Tree.
Nicky zegt dat je een huis hebt in Joshua Tree.
And there's a place for Sarah.
En er is een plaats voor Sarah.
He has a place in Denmark, by the water.
Hij heeft een plek in Denemarken, bij het water.
It looks like a place that needs someone like me.
Het ziet eruit als een tent die iemand nodig heeft als ik.
We will need a place to stay.
We moeten ergens verblijven.
A place of creativity and innovation in an exceptional location.
Een ruimte voor creativiteit en innovatie op een uitzonderlijke plek.
A fantastic house in a place with stunning views.
Een fantastisch huis op een locatie met een prachtig uitzicht.
You need to find a place of your own.
Je moet een eigen woning zoeken.
I know a place that he stayed at before.
Ik weet waar hij eerst verbleef.
We heard you were looking for a place in Springfield.
We horen dat je een huis zoekt in Springfield.
Oh yes, a place of holy meditation.
Oh ja, een plaats van heilige meditatie.
I have rented a place for the summer.
Ik huurde een plek voor de zomer.
Invite her out to a place near where you live.
Nodig haar uit naar een tent vlakbij jouw huis.
The boy needs a place to sleep.
Moet de knul ergens slapen.
Man What a place, huh?
Wat een ruimte, huh?
You can attach a place to it.
U kunt een locatie koppelen aan de gebeurtenis.
She wanted a place near the hospital.
Ze wilde een woning in de buurt van het ziekenhuis.
Here's a place to get replacement maps.
Hier staat waar je een vervangende map kunt halen.
There's a place for her.
Er is een plaats voor haar.
Uitslagen: 27038, Tijd: 0.043

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Engels - Nederlands