Voorbeelden van het gebruik van Aanbidden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze aanbidden jou.
Ze aanbidden mijn spel.
Wat voor fanatici aanbidden zo'n god?
Ze aanbidden me zelfs.
Waarom mag een dochter haar vader niet aanbidden?
Dan hadden zij degenen die ze nu aanbidden vermoord.
Haar jongens aanbidden haar, maar dat is niet altijd iets goed.
Ze aanbidden haar. Bedanken?
Aanbidden is religie.
Welke god aanbidden zij?
Kunsthistorici aanbidden je.
Ze aanbidden deze varkenshuid gooier football werper.
Jullie moeten mij allemaal aanbidden.
Welke kerel zou je niet aanbidden? Grappig?
Hij zei:"Aanbidden jullie wat jullie hebben uitgehouwen?
Mijn Datisa-partners aanbidden maar één god: geld.
De kinderen aanbidden je en jij hen.
Aanbidden? Je hebt gelijk?
De Getae aanbidden de bergwolf.
Ik zou je moeten aanbidden op het altaar van de lesbiennes.