Voorbeelden van het gebruik van Behagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat zal hem behagen.
Zou dat God behagen? Voor de waarheid?
Laat me je behagen.
Wat zelfbeheersing zou God behagen.
Natuurlijk wil ik de troonopvolger behagen, en mijn moeder.
Een vrouw moet een man behagen.
Zou dat God wellicht kunnen behagen? Voor de waarheid?
Laat me… je behagen.
Maar eigenlijk wou ik je gewoon behagen.
Knielen zal niemand behagen.
Ik kon mijn man niet behagen.
Je gaat me behagen, schuddebuik.
Ik schijn je niet meer te kunnen behagen.
wat zou de sultan behagen?
Niemand kan iedereen behagen.
Je denkt dat ik niet begrijp hoe het is om je moeder te moeten behagen.
En ik wilde hem behagen.
Je moet niet steeds anderen behagen.
Het bloed van zo'n krijger zal de Donkere behagen.
Dat zou u behagen.