Voorbeelden van het gebruik van Belg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De titelverdediger was de Belg Kevin Pauwels,
Beste Belg werd Cornelis Bezemer op de 21e plek.
De beste Belg was Patrick Verschueren met een 7e plaats.
Haar vader is een Belg, terwijl haar moeder afkomstig is van Polen.
De Belg Roger De Vlaeminck won de lange klassieker.
Als ik een Belg was geweest, had ik maar 12 uur vastgezeten.
Ik moest die Belg een minimumprijs garanderen.
Kon ik die Belg maar vinden, dan zou Gilbert mijn penning teruggeven.
De Belg misschien.
Die Belg in de bovenste couchette snurkte.
Ik zoek de Belg.
Wielrenner Eddy Merckx wint als eerste Belg de Ronde van Italië.
Ik ben een Belg.
Nu ben ik Belg.
Nu zitten we nog achter een Belg ook!
En het is waza-ari voor de Belg.
Nederlander en Belg….
Ik moest die Belg een minimumprijs garanderen.
Les één: trouw nooit met een Belg.
Ja, die Belg. Die Belg?