Voorbeelden van het gebruik van Benijden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
de Amerikanen benijden ons om dit instrument.
Is het zo dat we onze buren benijden om hun succes of zijn we juist bang
Ach, ik benijdt jullie Haar aanstaande is een goede partij.
Ik benijd het.
Dat benijd ik.
Benijd je hem niet?
Ik benijd hen.
Ik benijd u niet, meneer.
Ik benijdt je, Arthur.
Ik benijd de nieuwe commandant niet.
Ik benijdt jouw vaders vastberadenheid.
Ik benijd u, Mr Collins.
Ik benijdde hen die er nooit aan twijfelden.
Ik benijd onze patiënten soms.
Ik benijd u, Herr Rudd.
Ik benijd ze, hond.
Ik benijd je, Bess.
Ik benijd je niet.
Daarom benijdt ik U.
Ik benijd je niet, Rochel.