Voorbeelden van het gebruik van Bewoog in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ja, daarnet bewoog het. Het beweegt. .
Maar ervoor was er geen duimspijker nadat hij bewoog wel.
Je mond bewoog niet.
Ze bewoog niet. Paars.
De baby bewoog.
Ze bewoog niet, alsof het geen pijn deed.
Alta, Unai neukte alles wat bewoog.
Hij bewoog.
Oké, je penis bewoog.
De boot bewoog omdat iedereen in dezelfde richting trekt.
En nadat hij bewoog wel.
En de berg bewoog.
En hij bewoog.
De eend bewoog. Ze leeft nog!
Maar ik heb het gestopt. Het bewoog.
Dat licht, het was… het bewoog.
Haar mond bewoog.
Hij bewoog.
Haar hand bewoog.
Mijn arm bewoog ineens.