Voorbeelden van het gebruik van Boodschappen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Daar, met die boodschappen. Waar? Nee?
Ik deed boodschappen toen ik gebeld werd.
Hij laat boodschappen voor me achter.- Wat?
Ik heb boodschappen in de auto.
Hij doet boodschappen voor me.
Vrienden bezoeken, kleding kopen, boodschappen.
Nieuwe lakens, boodschappen, geen zuivel, amandelmelk, koffie.
Spreek! Geen boodschappen, geen trucs.
Daar, met die boodschappen. Nee, Waar?
Boodschappen kunnen geblokkeerd worden.
Ze doet boodschappen, haalt eten.
Ik heb wat boodschappen en 20 dollar in de auto.
Geweldig, meer boodschappen.
geen privé boodschappen en zeker geen koffie.
Dagelijkse boodschappen kunt u doen in Benešov nad Černou op 4 km afstand.
Ik ga wat boodschappen doen voordat de winkels sluiten.
Geen boodschappen, geen trucs. Spreek!
Daar, met die boodschappen. Nee, Waar?
Boodschappen doen, de telefoon opnemen.
Zijn er nog boodschappen voor mij?