Voorbeelden van het gebruik van Dat geschreven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heb ik dat geschreven?
Jij hebt dat geschreven.
Heb jij dat geschreven?
Emily heeft dat geschreven.
Heeft zij dat geschreven, of jij?
Toughboy heeft dat geschreven.
Wie heeft dat geschreven, sheriff?
Frank zijn moeder had dat geschreven.
Heb jij dat geschreven?
Franks moeder heeft dat geschreven.
Heb jij dat geschreven?
Waar staat dat geschreven?
Pythia heeft dat geschreven?
En u heeft dat geschreven?
Ik heb dat geschreven.
Ik heb dat geschreven.
Ja, wij hebben dat geschreven!
Voor wie heb je dat geschreven? Prachtig.
Of heeft je campagneleider dat geschreven?
Heeft u dat geschreven?