Voorbeelden van het gebruik van Dat hadden ze in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat hadden ze niet moeten zeggen.
Nee. Dat hadden ze al een keer geprobeerd.
Uiteindelijk wel. Dat hadden ze veel eerder moeten doen.
Dat hadden ze niet.
Dat hadden ze niet verwacht!
Dat hadden ze wel voor de première kunnen zeggen.
Dat hadden ze ook.
Nee, dat hadden ze niet meer.
Dat hadden ze wel.
Dat hadden ze niet.
Dat hadden ze moeten zien.
Dat hadden ze ook gepland.
Dat hadden ze ontdekt?
Dat hadden ze ook kunnen vragen.
Dat hadden ze ook gebruikt.
Dat hadden ze niet moeten doen.
Dat hadden ze mooi verkeerd.
Dat hadden ze kunnen gebruiken.
Maar dat hadden ze niet.
Dat hadden ze niet.