Voorbeelden van het gebruik van De engel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De engel zij dank.
De engel zij dank dat hij die niet gevonden heeft.
Restaurant De Engel vind je in het centrum van Rotterdam op de Eendrachtsweg 19.
Vier lads en de engel naar de bus.
We zijn De engel en de dromer.
Ik zou met de Engel kunnen praten.
Lk ben de engel die u bewaakt.
Ik ben tevreden met de engel die ik nu heb.
En daarvoor mag jij de engel in de boom hangen.
En de engel zei tegen hen: Wees niet bang!
De engel is de Stanley Cup niet.
Ik heb de engel bovenop gezet.
De engel vroeg u dit leven te aanvaarden… wat duidt op beterschap.
We willen de engel zien. Marge.
Volg de engel voor al uw winkelwensen.
Ze is de engel Gabriël.
Emily is de engel van het huis.
Jij bent de engel der wet.
Ik ben de engel, Adriel.